Voetbalconditionele training (VCT): De balans tussen hard trainen en blessurerisico’s

Share

Als coach wil je je team zo hard mogelijk trainen en de blessurerisico’s minimaliseren. Balanceren tussen die twee uitersten is een zware klus. Je wilt niet te hard trainen en daardoor vermoeidheid veroorzaken, of erger nog: geblesseerde speler (s). Te zacht trainen met de filosofie van het minimaliseren van de blessurerisico’s is ook geen optie, want dan raken spelers geblesseerd tijdens wedstrijden vanwege het grote verschil tussen trainingen en de wedstrijden. Je moet de juiste balans vinden om je team zo fit mogelijk te krijgen. Een voetbalconditionele training biedt uitkomsten, maar hoe plan je zoiets in jouw periodisering

Kies het juiste moment voor een Voetbalconditionele Training (VCT)

Spelers moeten minstens eenmaal per week (VCT) worden blootgesteld aan een trainingssessie met hoge intensiteit die overeenkomt met wedstrijdbelasting. Op deze manier zijn wedstrijdvereisten niet de enige oefenwedstrijd met hoge intensiteit binnen een week. Spelers raken gewend aan hoge intensiteitseisen en ontwikkelen kracht en weerstand tegen vermoeidheid, waardoor de fysieke fitheid toeneemt. Voor een optimale ontwikkeling van de speler moet een periodisering microcycli omvatten die hoge, matige en lage trainingsintensiteiten afwisselen, zodat er voldoende herstel tussen sessies mogelijk is. Volgens het supercompensatieprincipe is het wedstrijdherstel langzaam en progressief en kan het variëren van een paar uur tot meerdere dagen (1). Door superieure fysieke aanpassing doorlopen spelers een herstellende ‘overshoot phase’. Tijdens deze overshoot wordt een nieuwe trainingsprikkel het beste toegepast. Meestal wordt deze trainingssessie met hoge intensiteit gepland tussen 48-72 uur na de wedstrijd, wat over het algemeen als de beste tijd wordt beschouwd.

VCT Training supercompensatie

“Supercompensatiee is de relatie tussen arbeid en regeneratie die leidt tot superieure fysieke aanpassing en metabole en neuropsychologische opwinding voor een wedstrijd.” (1)

Trainen op wedstrijdintensiteit

Vanwege praktische beperkingen, zoals gebrek aan tijd en middelen, kan het moeilijk zijn om de wedstrijdvereisten te bepalen. Daarom is het een zware taak voor een coach om spelers in een trainingssessie aan gelijke eisen bloot te stellen. Dit kan leiden tot een voetbalconditionele training die te laag is in vergelijking met de wedstrijdbelasting. Door tijdens trainingen onderbelast te zijn, zijn spelers onvoldoende voorbereid op wedstrijdbelastingen, wat de ontwikkeling en prestaties beperkt. Door externe belasting (GPS, versnellingsmeter) en interne belasting (hartslag, RPE) in trainingssessies en wedstrijden bij te houden, kunnen coaches zware trainingsoefeningen toevoegen of elimineren om zich aan te passen aan de belasting.

Vergelijk de Voetbalconditionele Training (VCT) met de wedstrijd

Zodra de wedstrijd- en trainingsvereisten bekend zijn, kan de opbouw van gedetailleerde training beginnen. Helaas is er een valkuil. De Voetbalconditionele Training moeten de wedstrijdeisen op meerdere aspecten benaderen. Trainingssessies kunnen een groot aantal kleine partijspellen en kleine passoefeningen omvatten, wat resulteert in een groter aantal versnellingen/acceleraties en vertragingen/deceleraties. Vanwege het kleine oppervlak van deze oefeningen, kunnen andere gps-variabelen zoals totale afstand, sprintafstand en aantal sprints echter niet voldoen aan de wedstrijdvereisten. De oplossing is dan ook om zowel kleine als grote partijspellen in de VCT-training op te nemen. Met andere woorden, combineer kleinzijdige partijspellen (4vs4 op een klein oppervlak) met grote partijspellen (> 30m) om veel belastingsvariabelen te vergroten.

VCT Training vergelijken met de wedstrijd

VCT Training vergelijken met de wedstrijd

In het bovenstaande voorbeeld omvatten trainingssessies voornamelijk kleine partijspellen en kleine passoefeningen. Zoals te zien is in de grafieken, was het aantal versnellingen gelijk aan de wedstrijdvereisten tijdens de sessie met hoge intensiteit terwijl de sprintafstand dat niet was. In feite was er in geen van de trainingssessies die week sprintafstand meer dan 33% wedstrijdvereisten.

Samenvatting

  • Volgens het supercompensatieprincipe is het herstel van spelers traag en progressief
  • De volgende trainingsstimulus kan het beste worden toegepast tijdens de ‘overshoot-fase’ van het herstel
  • Neem ten minste één voetbalconditionele training per week op die de wedstrijdintensiteit benadert (VCT)
  • Bepaal de wedstrijdintensiteit zo nauwkeurig mogelijk
  • Combineer kleine partijspellen/oefeningen (4vs4) op klein oppervlak met grote partijspellen/oefeningen (> 30m)
  • Analyseer of training gelijk was aan de eisen van de wedstrijd en pas deze indien nodig in de toekomst aan

Referenties
(1) Bompa T, Buzzichelli C. Periodization. Theory and Methodology of Training. 6th ed, p14, Champaign, IL: Human Kinetics; 2018.