Vermoeidheid monitoren met GPS data

Share

Bij het bepalen van de optimale trainingsbelasting voor teamsporters is de balans tussen ‘fitheid’ en ‘vermoeidheid’ van groot belang. Aan de ene kant zorgt een hoge fysieke belasting voor het verbeteren van de fitheid van de spelers. Aan de andere kant, zorgt een lage fysieke belasting (of een vrije dag) ervoor dat spelers kunnen herstellen om een goede prestatie te leveren bij de volgende trainingssessie of wedstrijd. Daarom is het monitoren van de vermoeidheid van de spelers van groot belang voor het bepalen van de optimale arbeid voor de individuele spelers.

Inspannings- en herstel vragenlijsten

Een van de manieren om vermoeidheid te monitoren is via vragenlijsten: spelers vullen scores in op 5 herstel schalen op hun mobiele telefoon (d.w.z. subjectieve data). Hoewel dit een gemakkelijke en krachtige manier is om inzicht te krijgen in de vermoeidheid van spelers, zullen we in deze blog ingaan op hoe positie data (d.w.z. objectieve data) je verder kan helpen bij het bepalen van de vermoeidheid van de spelers.

Vermoeidheid monitoren

Wat veroorzaakt vermoeidheid?

Het is bekend dat voetbalwedstrijden zorgen voor acute vermoeidheid (d.w.z. minder dan 3 uur na de wedstrijd) en langdurige vermoeidheid (d.w.z. tot 72 uur na een wedstrijd) bij de spelers. Deze vermoeidheid kan onder andere worden gezien in de verminderde maximale kracht productie en een toegenomen mate van spierschade tot wel 24 tot 28 uur na de wedstrijd. Deze effecten worden veroorzaakt bij het herhaaldelijk uitvoeren van excentrische spiercontracties gedurende de wedstrijd. Waarbij de hoog-intensieve (d.w.z. sprinten en accelereren) de grootste impact hebben op de vermoeidheid.

Trainingen & wedstrijden

De lager intensieve bewegingen (d.w.z. lopen en joggen) zullen in mindere mate verantwoordelijk zijn voor spierschade. Dus, ondanks dat de totale afgelegde afstand de meest gebruikte variabele is door trainers en coaches, zal heft geen inzicht geven in de veroorzaakte vermoeidheid van een trainingssessie of wedstrijd. Daarentegen, sprint afstand (d.w.z. afgelegde afstand boven 20km/h) en het aantal hoog intensieve versnellingen (>3m/s2) kunnen inzicht geven in de veroorzaakte vermoeidheid van een trainingssessie of wedstrijd.

Vermoeidheid monitoren: toepassing in de praktijk

Betekenen deze resultaten dat de spelers die normaal het meest sprinten of de meeste versnellingen uitvoeren ook de spelers zijn die het langst moeten herstellen? Nee, dit is niet altijd het geval. Wanneer een speler ‘gewend’ is met een hoge mate van excentrische belasting, zal dit het herstel proces versnellen. Daarom zijn we niet zo zeer geïnteresseerd in de absolute belasting die een speler uitvoert. We zijn meer geïnteresseerd in de relatieve getallen: heeft de spelers meer of minder hoog-intensieve acties uitgevoerd dan gebruikelijk? Een ruwe richtlijn hiervoor is: als een speler 20-30% meer hoog intensieve activiteit heeft dan gebruikelijk in een wedstrijd (of conditionele training), zou dit een indicatie moeten geven van een hogere vermoeidheid in de eerst 24-48 uur na de sessie. In dat geval worden extra herstelmethode of het verlagen van de fysieke belasting (vooral in het hoog-intensieve domein) geadviseerd.

De impact van fitheid niveaus

Daarnaast heeft de fysieke fitheid van een speler ook invloed op de vermoeidheid na een sessie. Wanneer een speler terugkomt van een blessure, of wanneer hij niet het gehele trainingsprogramma heeft kunnen uitvoeren in de laatste weken, heeft dit een negatieve invloed op de fitheid. Daarom zal het uitvoeren van de ‘gebruikelijke’ belasting van hoog-intensieve activiteiten voor een hogere vermoeidheid zorgen (en dus ook een langere hersteltijd). Dus ondanks dat de relatieve getallen inzicht kunnen geven in de vermoeidheid van spelers, is het essentieel om deze getallen te interpreteren in de context van de individuele spelers.

Conclusie: inzichten in vermoeidheid

Ondanks dat de totale afgelegde afstand de meest gebruikte variabele is door trainers en coaches om hun team te monitoren, zal het geen inzicht geven in de vermoeidheid van de spelers. Het zijn de hoog-intensieve variabelen (d.w.z. sprinten en hoge versnellingen) die kunnen helpen bij het bepalen van de vermoeidheid van de spelers. Hierbij moet echter worden opgemerkt dat de absolute getallen weinig informatie bevatten. In plaats daarvan zullen de relatieve getallen (een percentage van wat een speler ‘normaal’ doet) een betere indicatie van de vermoeidheid van een speler geven. En zelfs voor deze relatieve getallen is het van essentieel belang om ze te interpreteren in de context van de individuele speler.