Periodiseringsmodellen combineren van Raymond Verheijen en Tim Gabbett

Share

In de laatste twee blog hebben we twee periodiseringsmodellen besproken: de blokperiodisering van Verheijen en de acuut:chronische ratio van Gabbett. Deze twee modellen moeten niet gezien worden als tegengestelde theorieën, maar zijn juist aanvullend op elkaar. In de blog van vandaag zullen we dan ook bespreken hoe je deze twee periodiseringsmodellen in elkaar kan integreren, zodat ze elkaar versterken.

De combinatie van periodiseringsmodellen Verheijen en Gabbett

Het blokperiodiseringsmodel van Verheijen is een mooi startpunt voor een trainingsprogramma. Als je deze aanpakt volgt, leidt dit tot het trainen met grote veldafmetingen (hoog volume, lage intensiteit) in de eerste twee weken van de cyclus tot het spelen op kleine veldgroottes (laag volume, hoge intensiteit) in de laatste twee weken van de cyclus. Zoals we eerder al besproken hebben, bestaat het model van Verheijen uit een stapsgewijze toename in trainingsbelasting na elke cyclus (door de duur van oefeningen langer te maken, de rust periode te verkorten, of een extra herhaling toe te voegen). Het is echter niet mogelijk om te bepalen hoeveel stappen je team ineens kan zetten. Om hier meer inzicht in te krijgen, kan de theorie van Gabbett worden gebruikt als referentie voor de duur en het aantal herhalingen van de oefeningen. Hierbij zou je moeten richten op een acute load (gemiddelde belasting afgelopen 7 dagen) die 130% is van de chronische load (dit betekent: 30% hoger dan gemiddelde belasting van de laatste 28 dagen). Hierdoor zal je geleidelijk de fitheid van de spelers verbeteren zonder het risico op blessures te verhogen.

In de vorige blog hebben we echter ook besproken dat de drempelwaarden van Gabbett geen magische getallen zijn; ze moeten gezien worden als richtlijnen. Dus hoe kan je meer inzicht krijgen in of je je spelers kan blootstellen aan meer belasting? Hiervoor kan je de subjectieve data van spelers gebruiken (inspanning- en herstelformulieren). Heb je de belasting verhoogd, en is de AC-ratio rond de 1.3, maar melden spelers geen verminderde herstel scores (vermoeidheid, spierpijn etc.)? Dan zou je de belasting nog iets verder kunnen verhogen om ze uit te dagen! Als spelers echter een verminderde herstelscore melden, en de AC-ratio is rond de 1.3 of hoger, dan is dit het teken dat je de belasting te veel hebt verhoogd! Ben voorzichtig met het nog verder verhogen van de belasting! Met deze voorbeelden zou het duidelijk moeten zijn dat het integreren van verschillende modellen, en het toevoegen van de subjectieve data van spelers, leidt tot de meest optimale manier van periodiseren!

Balanceer trainingssessies

Er is echter nog een andere beperking van de methode van Verheijen. Door elke week op één veldgrootte te spelen (groot, medium, klein), zal er een eenzijdige belasting ontstaan. Dit betekent dat in een week met kleine veldafmetingen er een hoge aantal korte, explosieve acties (versnellingen) zal zijn, terwijl er nauwelijks sprint acties (sprint meters) zullen worden gemaakt. De blok periodisering van Verheijen zal er daardoor voor zorgen dat de spelers worden uitgedaagd op één aspect (nodig voor een verbetering van fitheid) terwijl er een onder-belasting zal plaatsvinden op een ander aspect (wat kan leiden tot detraining-effecten). Zoals we in de theorie van Gabbett hebben gezien, kan zowel een overbelasting als een onderbelasting zorgen voor een verhoogde kans op blessures. Volgens deze theorie, zullen we het programma van Verheijen dan ook meer moeten balanceren.

Om het programma van Verheijen te balanceren, kan je een trainingssessie per week met een tegenovergestelde veldgrootte inplannen: in een week met kleine veldgroottes, wordt een training met grootte veldafmetingen gespeeld en vice versa. Deze methode is echter lastig toe te passen in een amateurclub, aangezien er maar 2 of 3 trainingssessies per week zijn. In dat geval, is het aan te raden om één oefening per sessie met tegenovergestelde veldgrootte te spelen (zie afbeelding 1). Zo zorg je ervoor dat er meer variatie in het trainingsprogramma zit, en daardoor de balans beter is.

Periodiseringsmodellen voorbeeld trainingssessie

In deze blog hebben we gezien dat elke theorie van periodiseren zijn beperkingen heeft. Door het integreren van verschillende theorieën in je programma, kan je deze beperkingen overkomen en dus het meest optimale trainingsprogramma ontwikkelen. Zo kan het model van Gabbett, bijvoorbeeld, worden gebruikt om te bepalen hoeveel stappen je in het periodiseringsmodel van Verheijen kan zetten. Daarnaast maakt de theorie van Gabbett duidelijk dat het programma van Verheijen de spelers eenzijdig belast, en daardoor de kans op blessures verhoogt. Het is daarom aan te raden om deze periodiseringsmodellen meer te balanceren. De som is altijd meer dan het geheel der delen!

JOHAN’s tip van de week

Wil je je training balanceren met een 7v7 of 11v11, om het aantal sprint meters te verhogen, maar heb je niet genoeg spelers? Dan kan je ook de sprint meters verhogen door de veldafmetingen van een oefening, bijv. 4v4,  te vergroten. In plaats van 4v4(+2 goalkeepers) op een veld van 40x30m te spelen, kan je kiezen voor een veld van 50x35m!